Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX9304

Datum uitspraak2006-06-09
Datum gepubliceerd2006-06-26
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/6740 ANW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet-ontvankelijk verklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht. Verzet ongegrond.


Uitspraak

04/6740 ANW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2004, 03/2886 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Datum uitspraak: 9 juni 2006 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 26 augustus 2005 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 26 augustus 2005 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 28 april 2006, waar appellante noch de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank is verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 26 augustus 2005 berust hierop, dat het griffierecht niet binnen de aan appellante gestelde termijn is betaald. In het verzetschrift heeft appellante aangegeven dat zij een familielid in Nederland heeft gevraagd het griffierecht te voldoen maar dat dit niet is gelukt. Daarbij heeft appellante de Raad verzocht een nieuwe acceptgirokaart toe te zenden zodat zij het griffierecht alsnog kan betalen. De Raad stelt vast dat appellante in verzet niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor het niet binnen de gestelde termijn hebben betaald van het griffierecht. Het komt voor rekening en risico van appellante als een familielid dat zij inschakelt het gevraagde niet uitvoert. De Raad weegt daarbij mee dat de bereidheid van appellante om alsnog het griffierecht te voldoen geen afbreuk doet aan de uitspraak waarvan verzet. De termijn om te het griffierecht te voldoen is immers (allang) verstreken. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2006. (get.) G.J.H. Doornewaard. (get.) M.C.T.M. Sonderegger. MK